Afbeelding

De rookgasafvoer blijft een punt van zorg voor veel VvE’s

bouwcomplex

Sinds 1 april 2023 moeten installatiebedrijven gecertificeerd zijn om gasverbrandingsinstallaties, zoals cv-ketels en rookgasafvoeren te plaatsen, onderhouden of repareren. Dit ‘wettelijk stelsel voor werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties’, ofwel de ‘Gasketelwet’, moet ervoor zorgen dat het aantal ongevallen door koolmonoxidevergiftiging omlaag gaat. Bij VvE-bestuurders heerst nog veel onwetendheid over het belang van een goed werkende rookgasafvoer, zegt Jan van Dommelen, bouwkundig adviseur bij VvE Belang, de belangenorganisatie voor de VvE en de appartementseigenaar.

Van Dommelen: “Als de installatie niet goed werkt of als de rookgasafvoer lek is, verbrandt de brandstof soms niet helemaal. Dan kan koolmonoxide in de appartementen komen; een reukloos en onzichtbaar - maar zeer giftig - gas waardoor elk jaar zo’n 10 à 15 doden vallen. Een koolmonoxidevergiftiging kan ook ontstaan doordat een hr-ketel is aangesloten op een oude (vr-)rookgasafvoer. De rookgasafvoer is in appartementencomplexen meestal weggewerkt in een brandwerende schacht. De afvoer gaat ongeveer 15 jaar mee. Omdat de schacht afgesloten is, kunnen bewoners niet controleren of de afvoer wellicht versleten is. Aan inspectie wordt dus vaak niet gedacht, en aan vervanging al helemaal niet.”

‘In het MJOP!’

“Vervanging van de afvoer is een dure aangelegenheid”, zegt Jan van Dommelen. “Daarom is het verstandig als de VvE de vervanging van de rookgasafvoer opneemt in het meerjarenonderhoudsplan. VvE’s, appartementseigenaars én installateurs moeten op de hoogte zijn van de situatie in het gebouw waar een nieuwe ketel in een appartement wordt geplaatst. Dan moeten vragen aan de orde komen als: hoe oud is onze rookgasafvoer? Is die wel geschikt voor hr-ketels? Moet dat misschien worden gecontroleerd? Wellicht moet de afvoer in zijn geheel worden vervangen. Dan kan het om tienduizenden euro’s gaan. Dus moet je erop voorbereid zijn; ook financieel. Dus  door ervoor te sparen in het reservefonds.” 

Extra risico

Middelhoge appartementencomplexen die zijn gebouwd tussen 1970 en 1995 lopen een groter risico dat de leidingen voor de afvoer van lucht en rookgas in uw gebouw zijn aangetast. Rookgassen en koolmonoxide kunnen dan in de woningen terechtkomen. In die gebouwen zijn mechanische ventilatiesystemen gebruikt waarbij een centrale ventilator op het dak de ventilatielucht en de rookgassen afzuigt. Het systeem is te herkennen aan de ventilatoropbouw op het dak met luchtinlaatroosters aan de zijkant of direct ernaast op het dak. Op zo’n afvoerkanaal mogen geen hr-ketels worden aangesloten, maar helaas gebeurt dat vaak wel – en niet altijd even deskundig. Als dan de centrale afzuigventilator uitvalt, blijven de cv-ketels doordraaien terwijl de rook niet wordt afgezogen. Mogelijk gevolg: rookgassen in de woningen.

Onderzoek

Uit onderzoek blijkt dat in deze gebouwen leidingen vaak zijn aangetast. De oorzaak ligt in de lage buitentemperaturen in het stookseizoen. Door de toevoer van koude lucht kan de centrale afvoerleiding te veel afkoelen, en dan condenseert waterdamp uit de rookgassen op de wanden van de leiding. Het gevolg is corrosie - en op den duur gaten in de leidingen. De afvoer van verbrandingsgassen wordt dan verstoord en de werking van de ventilatie uit de woningen is verminderd. In de cv-ketel kan onvolledige verbranding ontstaan waarbij het levensgevaarlijke koolmonoxide wordt gevormd. Door de gaten in de kanalen kan dat in de woningen terechtkomen. Eigenaars die in een dergelijk gebouw wonen, doen er goed aan het afvoersysteem te laten onderzoeken. Als blijkt dat het gebouw inderdaad is uitgerust met het uiterst risicovolle gecombineerde afvoersysteem voor ventilatie en rookgas, is er eigenlijk maar één afdoende oplossing: vervanging van alle ketels in één keer en aanpassing van het rookgasafvoersysteem. 

Rookgasafvoer onder balkons

Rookgasafvoeren mogen niet meer uitmonden in de gevel van het gebouw, bijvoorbeeld onder balkons naar de voorzijde van het balkon toe. Dat komt nogal eens voor in oudere gebouwen waar later cv-installaties zijn aangebracht. Het verbod is bedoeld om overlast door rookgassen bij de bovengelegen woningen te voorkomen. Het gaat hierbij niet om bestaande situaties waaraan niets verandert, maar om nieuw aan te brengen rookgasafvoersystemen en om bestaande systemen die worden aangepast. Dan moet de uitmonding van rookgasafvoeren op een andere manier worden opgelost.  Als de stap wordt gezet naar hr-ketels, moet veelal het hele systeem worden gerenoveerd. Een inspectie is in dit geval overbodig: een vr-systeem krijgt in geen geval een certificaat.

Van wie is de rookgasafvoer?

Het eerlijke antwoord: dat is niet altijd even duidelijk. De modelreglementen in combinatie met de bouwtekeningen geven wel wat informatie. Als uit de bouwtekeningen niet valt af te leiden dat de schachten in de appartementen gemeenschappelijk zijn, moeten de eigenaars zorgen voor onderhoud en vervanging van de eigen ketel, waaraan een eigen afvoerpijp is verbonden. Volgens Modelreglement (MR) 1992 staat de rookgasafvoer uitsluitend ten dienste van het privégedeelte. Er is geen gemeenschappelijke afvoer. De eigenaar is dus verantwoordelijk, en betaalt de kosten.

In MR 2006 staat uitdrukkelijk dat de rook- en ventilatiekanalen tot de gemeenschappelijke delen en zaken worden gerekend. Alle rookgaskanalen zijn gemeenschappelijk, ook als ze gassen afvoeren van een individuele cv in een privégedeelte. In dit geval zijn de kosten voor de VvE.

De Gasketelwet

In 2015 bracht de Onderzoeksraad voor Veiligheid een rapport uit over de gevaren van koolmonoxide bij cv-ketels. Dat rapport heeft geleid tot de Gasketelwet. Die stelt dat iedereen die aan gasverbrandingsinstallaties werkt, een verplichte CO-certificering voor cv-installateurs — of Bewijs van Vakmanschap Koolmonoxide — moet hebben. ‘Werken aan installaties’ betekent: installeren, repareren, onderhouden of in bedrijf stellen. Bedrijven die niet over een geldig certificaat beschikken, mogen deze werkzaamheden dan niet meer uitvoeren. Ze zijn in overtreding wanneer ze dat wel doen. Een VvE (of consument) die opdracht geeft aan een bedrijf dat niet voor deze werkzaamheden is gecertificeerd, is ook in overtreding. Zowel het bedrijf als de VvE pleegt een economisch delict. Dat kan leiden tot een forse boete.

Certificering

Al snel nadat bekend was gemaakt dat installateurs zich moeten laten certificeren, bleek dat de Certificerende Instellingen (CI’s) werden overspoeld met aanvragen. Dat leidde tot veel vragen. Techniek Nederland kwam met het CO-Keur, een soort overkoepelend systeem dat het voor installateurs eenvoudiger moest maken om collectief gecertificeerd te worden. Dat initiatief faalde: alle installateurs moeten zelf hun papieren halen. Omdat veel ondernemers in de laatste fase van certificering zitten, is er een coulanceregeling opgesteld. Daarvoor gelden wel enkele voorschriften. Zo moet offerte zijn gevraagd en opdracht zijn gegeven aan een Certificerende Instelling, en moet de ondernemer werken met een kwaliteitshandboek.

Handhaving

De vraag is natuurlijk wie controleert of de installateurs inderdaad gecertificeerd zijn. Doekle Terpstra, voorzitter van Techniek Nederland, zei daarover in 2021 in VvE Magazine (het kwartaalblad van VvE Belang): “Handhaving is natuurlijk cruciaal. Anders wordt dit de zwakke schakel in de wetgeving. We zijn in overleg met het ministerie om de handhaving op een efficiënte manier door de gemeenten te laten regelen. Dat is in het belang van iedereen: van de consument (dus ook van de VvE), die zeker weet dat hij kwaliteit krijgt voor zijn geld, maar ook voor de gecertificeerde bedrijven. Zij investeren in de opleiding van hun medewerkers, en ze vragen terecht hoe het staat met de handhaving. Het mag natuurlijk niet zo zijn dat de ‘handige neefjes’ installatiewerk gaan doen – en alsnog voor onveilige situaties zorgen.” De voorzitter constateerde destijds al dat zijn achterban volmondig achter de certificering staat: “Het bestuur van Techniek Nederland heeft unaniem besloten dat er binnen onze vereniging alleen nog plaats is voor gecertificeerde bedrijven. Daar ben ik heel blij om. Geschoolde monteurs kunnen binnen anderhalve dag worden bijgeschoold tot gecertificeerd monteur. Jongens en meiden die net van school komen, volgen natuurlijk een langer traject om volledig opgeleid te worden.” 

Sluipmoordenaar koolmonoxide (CO)

Koolmonoxide staat niet voor niets bekend als de sluipmoordenaar. Het is onzichtbaar en reuk-loos maar bij inademing kan het levensbedreigend zijn. Koolmonoxidevergiftiging komt het meeste voor als gevolg van een verkeerd geïnstalleerd, kapot of slecht werkend verbrandingstoestel: een kachel, geiser, cv of combiketel. Nóg riskanter is het als het verbrandingstoestel in een kleine, slecht geventileerde ruimte staat, en er geen directe afvoer van het toestel naar buiten is. 

Ook niet goed geïnstalleerde of beschadigde afvoer- en schoorsteenkanalen als gevolg van lekken in afvoerbuizen en schoorsteenkanalen of aansluitingen en gebrekkig onderhoud van de afvoerkanalen, vormen een groot risico voor de veiligheid en de gezondheid van bewoners.

CO-Veilig

Om opdrachtgevers zoals de VvE te helpen bij het vinden van een gecertificeerd bedrijf is er een online register op de website CO-Veilig.